De Museumfabriek – Het familiemuseum van Twente - te Enschede

Collectie Natuur

Het museum heeft een grote natuurhistorische collectie. Het collectiebeleid is voornamelijk gericht op de Euregio van Twente/Duitsland, Nederland en West-Europa. Een deel van de collectie is te zien in het open depot en wordt gebruikt voor wisselexposities en educatie. Ook wordt de collectie gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek door wetenschappers uit binnen- en buitenland. 

Grote collectie

De natuurhistorische collectie van Museum TwentseWelle omvat ruim 76.000 objecten. Fysiek bestaat de collectie uit meer objecten, omdat een deel van de objecten als monster geteld wordt. Een monster kan derhalve bestaan uit enkele tot honderden exemplaren. De objecten zijn geregistreerd of worden nog geregistreerd in het database programma Adlib. Hiervoor wordt Adlib aangepast voor gebruik voor natuurhistorische collecties en worden de objecten gefotografeerd. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de collectie via de website van TwentseWelle geraadpleegd kan worden. Het huidige verzamelbeleid van TwentseWelle is voornamelijk gericht op de Euregio van Twente/Duitsland, daarnaast op Nederland en West-Europa. Wel wordt materiaal verworven buiten de aangegeven regio’s als dit materiaal de huidige collectie van TwentseWelle aanvult en meer in context kan plaatsen (bv. Trias materiaal uit de Verenigde Staten).


Een deel van de natuurhistorische collectie is te zien in het zogenaamde open depot, terwijl het grootste deel bewaard wordt in het geklimatiseerde gesloten depot. Dit gesloten depot is niet publiekelijk toegankelijk. De natuurhistorische collectie bestaat uit ongeveer 43.797 biologische objecten (Biologica) en 32.282 geologische objecten (Geologica).


De natuurhistorische collectie van TwentseWelle wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek door wetenschappers uit binnen- en buitenland, maar ook voor educatie en tentoonstellingen. Door een uitgebalanceerde collectie probeert TwentseWelle een beeld te geven van de biodiversiteit van onze (regionale) natuur en geologische geschiedenis.


Collectiebeheer

Binnen TwentseWelle valt het beheer van de collectie onder de afdeling “Collectie en Presentatie” .

Binnen deze afdeling werken de volgende personen aan (onderdelen van) de Natuurhistorische collectie:

Dhr. Drs. E. (Edwin) Plokker (Afdelingshoofd)

Mw. A. (Astrid) Hage (Collectiebeheer)

Dhr. H.W. (Henk Wim) van Dorssen (Collectiebeheer)


Vrijwilligers/specialisten:

Dhr. B. (Bauke) Hoekstra (Zoogdieren)

Dhr. B. (Bé) van Kuik (Vogels)

Dhr. Ing. J.A. (Jan) Meijerink (Vogels/Eieren)

Dhr. T.C. (Charles) de Jong (Paleontologie/Trias Winterswijk)

Dhr. P. (Peter) Formanoy (Paleontologie/Vertebraten)

Dhr. Ing. J.G. (Hans) Bosz (Insecten/ Coleoptera)

Dhr. W. (Wim) Lengton (Insecten/behoud en beheer)

Dhr. J. (Jacques) Simon (Insecten/behoud en beheer)

Dhr. E. (Eric) Kaptein (Mollusca)

Dhr. R. (Rolf) Egberink (Mineralen)


Meewerken aan onze collectie?

Mocht u interesse hebben om werkzaamheden te verrichten aan de collectie en bent u gespecialiseerd in bijvoorbeeld: Diptera, Lepidoptera, gesteenten (zwerfstenen) of heeft veel ervaring in het prepareren van fossielen, vogels e.d. dan kunt u met de conservator contact opnemen, tel. 053-4807680.


Onderzoek aan de collectie

Binnen TwentseWelle wordt onderzoek gedaan aan diverse collectie onderdelen door onderzoekers uit binnen- en buitenland. Op het ogenblik is onder andere de Universiteit Bonn (Duitsland) bezig met het paleontologisch onderzoek naar de Trias fauna van Winterswijk. Hierbij wordt materiaal gebruikt uit de collectie van TwentseWelle en met name de collecties van Dhr. Kolstee en Dhr. Diepenbroek. Aan de hand van dit materiaal verschijnen er met regelmaat artikelen die gebaseerd zijn op het materiaal dat zich in de collectie van TwentseWelle bevindt. Ook vind er bijvoorbeeld onderzoek plaats aan de collectie fossiele sponzen door dhr. F. Rhebergen. Ook hier worden geregeld artikelen aan gewijd. Het is de bedoeling dat op termijn de desbetreffende artikelen die verschijnen aan de hand van het collectiemateriaal van TwentseWelle ook via onze website te downloaden zijn.


Onderzoek Eieren dhr. Ing. J.A. Meijerink

Ons land kende in het verleden enkele bekende eierkundigen. Echter, na het overlijden van de oölogen A.A. van Pelt Lechner in 1950, T.G. de Vries in 1958 en W.P.J. Hellebrekers in 1982, kent ons land, buiten Dhr. Ing. J.A. Meijerink, niemand meer met kennis van vogeleieren. Dit is een ongewenst neveneffect van een strenge wetshandhaving. Problemen ontstaan daardoor bij Natuurhistorische Musea, waar men ingebrachte eieren moeilijk op naam kan brengen en daardoor niet in de collectie kan opnemen. Ook opsporingsinstanties als politie en AID doen dikwijls een beroep op Meijerink bij het determineren van in beslag genomen eieren van beschermde vogels. Het is van groot belang dat, ook in de toekomst, de opgedane kennis niet verloren gaat.


Dit heeft het voormalige Natuurmuseum Enschede destijds doen besluiten om Meijerink te verzoeken zoveel mogelijk gegevens over eieren vast te leggen in een groot computerbestand. Na de fusie van het voormalige natuurmuseum met andere instellingen zoals museum Jannink is besloten dit onderzoek voort te zetten onder dak van TwentseWelle. TwentseWelle is als vergunningshouder verantwoordelijk voor de verrichtingen van Meijerink en beschikt over een grote referentiecollectie. Het bestand is nog steeds groeiende en wordt waardevoller naarmate er meer gegevens aan worden toegevoegd. Aan dit bestand is een programma gekoppeld dat het mogelijk maakt de eieren van alle in Europa broedende vogelsoorten te determineren, vaak tot op de soort nauwkeurig. Na de determinatie worden op het beeldscherm afbeeldingen van de betreffende eieren getoond, tezamen met de daarop gelijkende eieren van andere soorten.


Voor het vullen van de database is een uitgebreid onderzoek verricht naar de Europese literatuur op dit gebied. Niet minder belangrijk is het onderzoek naar museum-materiaal. Van enkele musea worden regelmatig eieren geleend om te meten en te beschrijven. Daarna volgt, bij voldoende materiaal, een statistische berekening naar gemiddelden en standaard-deviaties. Aan de hand van z.g. Gauss-krommen kan dan iets gezegd worden over waarschijnlijkheden bij sterk op elkaar gelijkende eieren van verschillende soorten. Museum-collecties zijn echter niet representatief voor hetgeen men in de natuur aantreft.


Onze vroegere oölogen hadden een overdreven belangstelling voor al wat afwijkend was. In de collecties treft men dan ook procentueel gezien te veel materiaal aan dat afwijkt qua afmeting, kleur en tekening. Bovendien is museum-materiaal vaak meer dan 100 jaar oud zodat de kleuren erg zijn vervaagd. Aanvullend veldonderzoek is dus onontbeerlijk om een indruk van de werkelijkheid te krijgen. Natuurbeschermingsorganisaties juichen het onderzoek zeer toe. Zo wordt b.v. door Staatsbosbeheer alle medewerking verleend bij het nestkastonderzoek en bij metingen aan meeuweneieren in de broedkolonies. Deze activiteiten worden uiteraard verricht zonder verstoring te veroorzaken, slechts bij niet-kwetsbare soorten. Daarom wordt geen veldonderzoek gedaan aan soorten die op de Rode Lijst zijn vermeld. Bovendien worden de metingen zoveel mogelijk gecombineerd met controles ten behoeve van ringonderzoek of van inventarisaties.


Het veldonderzoek heeft bovendien enkele tot nu toe onbekende verschijnselen aan het licht gebracht. Zo is de ei-inhoud bij sommige soorten binnen 50 jaren met 10-15% verminderd. Ook leggen sommige roofvogels veel minder sterk gevlekte eieren dan aan het begin van deze eeuw. Het is hier niet de plaats daar verder op in te gaan. Al deze gegevens worden in de database opgeslagen zodat ze ook later, door toekomstige onderzoekers kunnen worden geraadpleegd. Wellicht kan er dan in de loop der tijd een indruk gekregen worden van de evolutie van een soort en de invloed van het milieu daarop.


Met hulp van de Universiteit Twente wordt het programma thans omgezet in een moderne, platform onafhankelijke programmeertaal zodat het naar verwachting jaren lang gebruikt kan worden. Deze universiteit zorgt ook voor de nodige ondersteuning bij de statistische verwerking van de gegevens.